Terugblik universitair jaar 2014 en vooruitblik 2015

crystal_ball_by_christian_schnettelkerWe zitten nog rond de jaarwisseling, dus een terugblik op 2014 en een vooruitblik op 2015 is nog op zijn plaats. Deze reflectie gaat echter niet over de overvloed aan rampen en oorlogen die zich dit jaar hebben voorgedaan – dat laat ik graag aan Youp van ’t Hek en consorten over. Ik blijf dichter bij huis, namelijk bij de thema’s die speelden binnen universitair Nederland. Ook zet ik uiteen welke thema’s naar mijn inschatting in 2015 belangrijk gaan worden in het universitaire landschap.

Wat waren de thema’s van 2014?
Als recent afgestudeerden leerden wij de Universiteit Leiden, de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam vanuit een heel ander perfectief kennen dan dat van de student, namelijk dat van jonge medewerker. Het voordeel van trainee zijn is dat je al snel over allerlei bestuurlijke thema’s mag meedenken en meepraten. Dan blijkt dat bestuurders zich met heel andere thema’s bezighouden dan de gemiddelde student. En dat hoeft niet per se negatief te zijn. Vier belangrijke thema’s die in 2014 ‘hot’ waren zal ik hier kort uiteenzetten.

1. Internationalisering en Europeanisering
Dat globalisering plaatsvindt, daar zijn we het met zijn allen over eens. Binnen de universiteit is dat niet anders, zowel wat betreft onderzoek als onderwijs. Internationale studenten melden zich in steeds grotere getale aan voor Nederlandse studies. Op het gebied van onderzoek speelt de EU een steeds belangrijkere rol als verdeler van gelden voor grote onderzoeksprojecten. Daarbij is het voor Nederlandse universiteiten in toenemende mate van belang om de krachten te bundelen met andere Europese universiteiten. Ook op dit blog was de EU een geliefd onderwerp. Jordi schreef onder andere over de lobby bij de EU en Ahlam beargumenteerde dat de EU best cool is.

2. Open wetenschappelijke kennis: MOOC’s & Open Acces
Een tweede belangrijk gespreksonderwerp binnen universitair Nederland in 2014 was de toegankelijkheid van onderwijs en wetenschappelijke informatie. Massive Open Online Courses (MOOC’s) geven de mogelijkheid om op afstand (gratis) cursussen te volgen en certificaten te halen aan internationale topinstituten als Harvard, MIT, Yale, Princeton maar ook aan de TU Delft en de Universiteit Leiden. Kijk bijvoorbeeld eens op Coursera en EdX voor het snel groeiende aanbod.

De Open Acces-beweging streeft naar gratis online toegankelijke wetenschappelijke informatie. Dit jaar raakte Elsevier, de grootste uitgever van wetenschappelijke tijdschriften, in conflict met de Nederlandse Universiteiten over het al dan niet kosteloos toegankelijk maken van wetenschappelijke data.

3. Wetenschappelijke integriteit
Een derde thema betreft wetenschappelijke integriteit – hoewel dit thema alweer langzaam begint weg te ebben. De Universiteit Tilburg zette in september 2011 hoogleraar Diederik Stapel op non-actief wegens het sjoemelen met onderzoeksdata. Dit ‘incident’ bleek echter niet op zichzelf te staan: een aantal andere onthullingen volgden. Deze voorvallen leidden tot discussies, onderzoeksrapporten en allerlei andere beleidsmaatregelen als nieuwe gedragscodes, integriteitsgames en de aanstelling van vertrouwenspersonen. 2014 stond vooral in het teken van implementeren van deze maatregelen.

4. Valorisatie
Valorisatie is het proces dat wetenschappelijke kennis omzet naar commercieel haalbare producten, processen of diensten. Van de wetenschap wordt in toenemende mate verwacht dat ze een (in)directe bijdrage levert aan het oplossen van maatschappelijke en technologische vraagstukken (of een combinatie daarvan). Dat blijkt onder meer uit de thema’s van het topsectorenbeleid van Nederland en Horizon2020 van de EU waarin veel ruimte is voor samenwerking met het bedrijfsleven. Op dit blog schreef Matthijs onder meer over de toepassing van wetenschappelijke kennis van de EUR bij het aandragen van oplossingen voor sociale problemen in Rotterdam.

Wat worden de thema’s van 2015?
Helaas beschik ik niet over een glazen bol, dus het voorspellen van de thema’s van 2015 kan ik slechts doen op basis van een ‘educated guess’. Ongetwijfeld zullen de thema’s van 2014 op 1 januari 2015 niet direct aan actualiteit afdoen. Voorts kunnen de veranderlijke politiek en de waan van de dag de bestuurlijke agenda’s snel doen wijzigen; de onthulling van Diederik Stapel heeft bijvoorbeeld wetenschappelijke integriteit bijna ‘uit het niets’ hoog op de agenda gezet. De volgende vijf thema’s zullen waarschijnlijk de (bestuurlijke) aandacht krijgen:

1. Nieuwe technologie
Budgetten voor de investeringen in ICT zijn structureel te laag. Omdat verouderde technologiesystemen niet meer voldoen, betalen universiteiten daar binnenkort de rekening voor. Te denken valt aan studentsystemen (roostering, inschrijving, cijfers, etc.), systemen om onderzoeksdata veilig op te slaan/te delen en innovatieve onderwijssystemen (bijvoorbeeld online learning en MOOC’s). Investeren in technologie is geen keuze meer, maar essentieel voor het behalen van strategische doelen en het inspelen op innovaties als ‘big data’ en ‘online learning’. ICT-medewerkers zullen in toenemende mate worden gezien als onderdeel van het primaire proces om de oneigenlijke discussie over een hoog overheadpercentage te vermijden.

2. Focus op aansluiting op de arbeidsmarkt
De aanname is dat door de recente invoering van het sociaal leenstelsel studiekiezers eerder zullen gaan voor een studie met goede kansen op de arbeidsmarkt. De lening zal immers op een zeker moment terugbetaald moeten worden. Ook de economische crisis zorgt ervoor dat studiekiezers zich eerder aanmelden voor een studie met goede baankansen. Mijn verwachting is dat dit gevolgen gaat hebben voor de wijze waarop studieprogramma’s worden ingericht en geprofileerd.

3. Nog meer ‘open’ wetenschap anyplace, anytime, anywhere
De toegankelijkheid van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek blijft in 2015 een belangrijk thema. Volgens het devies ‘anyplace, anytime, anywhere’ wordt universitair onderwijs toegankelijker dan ooit. De MOOC’s van de TU Delft trokken meer dan 250.000 deelnemers, tegenover 20.000 ‘regulier ingeschreven’ studenten. Om de online groei te handhaven, moeten wel een aantal technologische problemen worden opgelost en innovaties plaatsvinden (zie punt 1).

4. De voorgenomen regorganisatie van de NWO levert onrust en discussie op
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is van oudsher de belangrijkste verdeler van Nederlands overheidsgeld voor wetenschappelijk onderzoek. Jaarlijks verdelen zij zo’n 400 miljoen euro aan onderzoeksgeld onder universiteiten. Google voor de grap eens op de termen Reorganisatie + NWO en je zult zien dat niet alle stakeholders binnen de wetenschap de voorgenomen reorganisatie van de NWO een goed plan vinden. Onder andere de bij het grote (DWDD-)publiek bekende wetenschapper (en bestuurder) Robbert Dijkgraaf heeft inmiddels geschreven de reorganisatie een onzalig plan te vinden. Onzekerheid over de uitkomsten van de reorganisatie spelen daarbij een grote rol.

5. Veranderende balans tussen overheidsbudget en contractonderzoek
Het overheidsbudget groeit niet mee met de toename aan contractonderzoek. Zie bijvoorbeeld dit en dit nieuwsartikel. Dit is niet per definitie slecht, want wetenschappelijk onderzoek gefinancierd door private instellingen is an sich geen slecht idee. Bij contractonderzoek wordt echter vaak verwacht dat de universiteit zelf een bedrag meebetaalt (dit wordt ‘matching’ genoemd). Deze ontwikkeling zorgt voor druk op de financiering van onderwijs, want daar is het immers moeilijker om externe gelden binnen te halen. Wellicht worden universiteiten daardoor in 2015 ook gedwongen op onderwijsgebied meer de samenwerking te zoeken met private instellingen. Daarnaast bedreigt contractonderzoek met matching ook de ‘vrije’ onderzoeksgelden uit de eerste geldstroom (geld direct afkomstig van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). Uit deze geldstroom moet de matching van het contractonderzoek immers worden gefinancierd. In de periode van 2003 – 2012 legde de universiteit gemiddeld 0,74 euro bij voor elke euro die een externe opdrachtgever inlegde. Aangezien de eerste geldstroom niet meegroeit met het contractonderzoek, levert dat op termijn problemen op. Succes kent kennelijk ook zijn prijs.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s