De Europese Unie is best cool

Horizon

Bijna drie maanden geleden begon ik aan mijn nieuwe baan als LDE-trainee. De wens om als Bestuurskundige en young professional de wetenschappelijke wereld te betreden, is gerealiseerd.

Mijn LDE-avontuur is begonnen bij de TUD faculteit Industrieel Ontwerpen (IO) bij het Valorisatie Team. Hier houd ik me als projectadviseur bezig met de begeleiding van EU projectaanvraag-trajecten binnen het EU Horizon 2020 programma. Horizon 2020 is met haar budget van bijna 80 miljard Euro het grootste onderzoek- en innovatieprogramma van de EU, dat subsidie verstrekt over de periode van 7 jaar (2014-2020). Het belooft grote uitvindingen, doorbraken en wereldprimeurs te realiseren door het samenvoegen van onderzoek en bedrijven. Ook wordt er in veel gevallen daadwerkelijk overgegaan tot het vermarkten van oplossingen.[1] Horizon 2020 stelt Europese consortia van bedrijven, MKB en (publieke en commerciële) onderzoeksinstellingen in staat om elk op een eigen manier bij te dragen aan de oplossing van vooraf geformuleerde beleidsproblemen of focusterreinen: denk aan de gezondheidszorg/vergrijzing, afval en recycling, verkeersproblematiek en demografische veranderingen. Voorafgaande de totstandkoming van de focusterreinen is zeer nauwkeurig in kaart gebracht waar Europa zou moeten staan in 2020.

Drie maanden verder in mijn traineeship stel ik mezelf de vraag: wat is mijn belangrijkste bevinding? In dit kader moet ik iets bekennen. Mijn indruk van de EU is ten positieve veranderd.  

Mijn eerder opgedane theoretische ervaringen tijdens mijn studie leerden mij vooral dat de EU een enorm logge en bureaucratische organisatie is. Na jaren van Europees integratiebeleid, heeft zij nog steeds niet de gewenste legitimiteit binnen Europa en vooral bij bepaalde groepen burgers weten te bemachtigen. De verhalen van voormalige collega’s die werkten in EU-projecten, gaven mij de indruk dat samenwerking in dit verband eveneens heel traag kan verlopen. Projecten zouden voornamelijk een symbolische functie hebben.

Hetgeen los staat van mijn eigen politieke standpunten, maar me zeker niet is ontgaan, is tevens de EU-kritiek binnen de Nederlandse politieke arena. Het leeuwendeel van de politieke partijen is zeker niet voor het verlaten van de EU als lidstaat, maar schuiven hun kritiek over de EU niet onder stoelen of banken. Zo zou de EU democratischer moeten zijn volgens onze huidige minister van Buitenlandse Zaken.[2] Het CDA vindt dat de EU te ver van burgers af staat en zich bemoeit met vraagstukken die lidstaten geheel zelf kunnen oplossen. Volgens Roel Kuiper, ChristenUnie prominent, heeft de groei van onbehagen van burgers met de versterkte zeggenschap van de EU en de ingeperkte macht van natiestaten te maken.[3] In dit rijtje van kritisch geluid mag de PVV niet ontbreken: de partij die tevens wél pleit voor uittreding. Uittreding zou volgens een onlangs uitgevoerd onderzoek van de partij leiden tot economische voordelen. Naar mijn smaak een erg kortzichtige analyse, omdat enkel economische aspecten zijn onderzocht.

Zelf ben ik van mening dat Europese samenwerking nodig is voor meerdere essentiële zaken, hetgeen we als klein lidstaatje dat we zijn, niet in ons eentje kunnen realiseren. Hier spelen inderdaad economische argumenten: de EU kan zich sterker positioneren tussen andere (opkomende) economische mogendheden, zoals de VS, China, Brazilië en gezamenlijk beter het economische klimaat bevorderen. Daarnaast is het belangrijkste aspect, en wat mij betreft een legitimering voor het bestaansrecht van de EU: de historische/politieke relevantie. Dit zegt wat over de rol van de EU op het terrein van vrede, veiligheid en mensenrechten. Jammer dat partijen als de PVV minder oog hebben voor dit -enorm belangrijke- tweede component.

Mijn voormalige algemene indruk van de EU was dus: EU is sloom, bureaucratisch, voert symbolisch beleid, gaat gepaard met veel politiek geruzie.

In mijn werk voor de TU Delft ben ik anders naar de EU gaan kijken: de EU heeft ook minder saaie aspecten! Het Horizon 2020 programma heeft het ietwat stoffige karakter voor mij opgevijzeld. Het mooie van het programma vind ik namelijk, dat de EU in feite zegt: we laten de creatie van beleid (oplossingen/aanpak) over aan het bedrijfsleven – zowel grote als kleine spelers – en onderzoeksinstellingen. De beste speler ‘wint’ het geld en mag het beleid uitvoeren. Een hele creatieve en tevens doelgerichte aanpak, waarbij de beoordelingsstructuur zorgt voor waarborging van kwaliteit en effectiviteit van beleid. Ook op het vlak van democratisering en draagvlak van beleid kan je je afvragen of hiermee winst geboekt zal worden. Hier wordt ik nou, als sterk doel- en oplossingsgericht aangelegd individu, heel enthousiast van.

Het creatieve karakter is erg zichtbaar in de voorstellen die wij in ons team vanuit IO voorbij zien komen. Tevens vind ik het mooi dat wij als TUD, in ons geval op IO faculteitsniveau, bij proberen te dragen aan een groter geheel: een sociaal- en economisch sterker Europa.
  
De Nederlandse publieke sector kan met al zijn bezuinigingen op het terrein van onderzoek en innovatie wat mij betreft nog veel leren van deze Europese aanpak. Zo zou ik graag nog eens willen zien dat de overheid het Nederlandse fileprobleem aan bedrijven en onderzoeksinstellingen voorlegt en het beste plan (oplossingen en implementatie) gaat bekostigen. Het potentieel van bedrijven en de wetenschap kan beter worden benut.

Tja, wie had dat gedacht, de EU is best cool.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s