Inleiding in het universitair ambtelijk jargon

0812-cartoon-220x284Elke subgroep kent haar eigen jargon – zo ook de wereld van de universiteit. Het bijzondere aan de universiteit is echter dat je daarbinnen weer drie verschillende jargons kan onderscheiden: die van de student, die van de wetenschapper en die van het ambtelijk ondersteunend personeel. Het jargon van de student spreek en begrijp ik als recent-afgestudeerde nog vlekkeloos. Dat van de meeste wetenschappers heb ik nooit begrepen en zal ik waarschijnlijk ook nooit gaan begrijpen. Een jargon dat ik sinds de start van het traineeship langzaam begin te ontleden – en ook te spreken – is die van het ambtelijk ondersteunend personeel. Hier volgt een korte inleiding.

Afkortingen
Een jargon staat of valt met afkortingen. Het begint er natuurlijk mee dat elke faculteit haar afkorting heeft. Sommigen hebben er zelfs twee. Zo kan je de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen afkorten als FWN, maar als je W&N zegt of schrijft zal iedereen ook begrijpen wat je bedoelt. Ook de managementafkortingen vinden gretig aftrek in de universiteitswereld. Met MT wordt het Management Team bedoeld en P&E staat voor Planning & Evaluatie. ROG staat voor je beoordelingsgesprekken en College van Bestuur is natuurlijk veel te lang om uit te spreken, en wordt dus CvB.

Binnen de afdeling waar ik werk, het Financieel Shared Service Centre (FSSC) van de Universiteit Leiden, zijn afkortingen zelfs vervangen door de nummers die de faculteiten hebben in het financiële systeem. Zo weet iedereen dat als je “een factuurtje van 74 aan 18” schreeuwt, de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (FdR) een aantal computers heeft besteld bij het ICT Shared Service Centre (ISSC). Wel zo gemakkelijk.

Uitdrukkingen
Ook uitdrukkingen zijn handig en soms zelfs noodzakelijk. Je kunt namelijk om de hete brij heen draaien maar toch iedereen tevreden houden. Als iets echt slecht voor elkaar is intern, “moet er nog een slag worden gemaakt”. Als de organisatie op een bepaald punt hopeloos achter loopt, “moet het nog handen en voeten worden gegeven”. Bovendien is alles “een proces” (lees: we weten nog niet helemaal waar het naartoe moet gaan en hoe we dat gaan doen). Daarbij zet je natuurlijk “een stip op de horizon” om het uiteindelijke vage doel te bepalen.

De vervolgvraag is of het erg is dat niet altijd uitgesproken wordt wat iemand eigenlijk wil zeggen. Volgens mij luidt het antwoord op die vraag ontkennend. “De lenigheid van de taal biedt de noodzakelijke speelruimte voor onderhandeling en compromis”, heeft schrijver en voormalig politicus Jan Terlouw eens gezegd. Taallenigheid zorgt bovendien voor discussie. Het zinnetje ‘De universiteit geeft drie miljoen euro extra uit aan de bouw van de nieuwe campus’ laat weinig ruimte voor dialoog. Je bent ervoor of ertegen. Punt. Hoeveel rijker voor de discussie tussen ambtenaar en bestuurder of tussen bestuurder en Universiteitsraad is een zin als “Indien de financiën zich voorspoedig ontwikkelen, zou kunnen worden overwogen de bijdrage aan de bouw van de nieuwe campus aanzienlijk te verhogen”?

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s